De intensiteit van hoogbegaafde kinderen

De theorie van de overexcitabilities van Kazimierz Dabrowski

Inleiding

De emotionele intensiteit en de overweldigende energie van hoogbegaafde kinderen kan moeilijk over het hoofd gezien worden, vooral niet door hun ouders. De ervaringen en mogelijkheden van deze kinderen verschillen van die van de kinderen die zich op een meer standaard manier ontwikkelen. Naast de hoger ontwikkelde intellectuele vaardigheden en speciale talenten hebben deze kinderen ook een speciale manier waarop zij de wereld beschouwen, kwalitatief, kwantitatief of allebei tegelijk. Niet alleen het waarnemen van de wereld is anders, ook het verwerken van hun ervaringen loopt vaak anders, en dat maakt hoogbegaafde kinderen vaak intenser, sensitiever en ze schieten makkelijk in extreme gemoedstoestanden: heel erg gelukkig of vol wanhoop. In Nederland zijn deze eigenschappen echter niet in de standaardlijstjes met belangrijke kenmerken van hoogbegaafde kinderen opgenomen.

En hun gedrag, dat afwijkt van de norm, kan ook op veel onbegrip rekenen. Hun opwinding wordt gezien als excessief, hun niet stil kunnen zitten van opwinding wordt gezien als ADHD gedrag, hun eeuwig doorvragen wordt gezien als zeuren of als ondermijnen van de autoriteit, hun verbeeldingskracht wordt gezien als gebrek aan realiteitszin, hun passie wordt gezien als obsessief gedrag of syndroom van Asperger, hun sterke emoties worden gezien als kinderachtig en hun creatieve eigenzinnigheid wordt gezien als tegendraads.
Het is natuurlijk treurig dat iets exceptioneels, iets dat afwijkt van de norm, gezien wordt als abnormaal. En dat ‘abnormaal’ meestal iets slechts, iets irritants of iets negatiefs betekent, terwijl ‘normaal’ voor geaccepteerd of goed staat. Een hoogbegaafd kind, intensief en sensitief als het is, kan echter niet binnen de normen passen. Als het dat probeert, en elk hoogbegaafd kind doet dat in min of meerdere mate, ontkent het een belangrijk, bepalend deel van zichzelf.

We zijn gewend om te kijken naar de ontwikkeling van kinderen volgens het gebaande pad van baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber, adolescent, volwassene. Binnen deze ontwikkelingsfasen zijn er standaard gedragskenmerken gedefinieerd, waaraan kinderen min of meer moeten voldoen. Als het kind zich niet volgens deze standaarden ontwikkelt komt het al snel in een hulpverleningcircuit terecht. Het kind voldoet niet aan de norm. Hoogbegaafde kinderen maken echter vaak een heel eigen ontwikkeling door, die juist niet volgens de standaard verloopt, maar voor het individuele kind een gezonde, vanzelfsprekende ontwikkeling is. In Amerika hebben diverse psychologen, psychiaters, pedagogen en orthopedagogen onderzoek gedaan naar deze andere manier van ontwikkelen. Kazimierz Dabrowski is de grondlegger van een theorie die hoogbegaafde kinderen (en volwassenen) op een andere manier bekijkt.
Er liggen twee concepten ten grondslag van zijn theorie:

  • het ontwikkelingspotentieel van ieder mens, de talenten waar je mee geboren wordt, dat bij hoogbegaafden bestaat uit:
    • Hoge intelligentie, talenten en speciale vaardigheden. Het deel dat meestal als eerste onderkend wordt.
    • Overexcitabilities, een moeilijk te vertalen term,  die zoiets als super stimuleerbaarheid of hoge prikkelgevoeligheid betekent. Wat ermee bedoeld wordt is dat een hoogbegaafd mens minder stimulans nodig heeft om een reactie op te roepen, en dat ze op stimuli veel heftigere en langdurigere reacties hebben. Tevens zijn hun ervaringen complexer en hebben ze een rijkere textuur. Er zijn vijf vormen van overexcitabilities: psychomotorisch (fysieke energieniveau), sensueel (zintuiglijke waarneming en beleving), intellectueel (activiteit van de geest), verbeelding (voorstellingsvermogen) en emotioneel (intensiteit van de emoties, hoog gevoeligheid). Deze hoge prikkelgevoeligheden zijn een deel van de persoon, vanaf de geboorte zijn ze aanwezig.
    • Het vermogen om op je eigen gedrag te reflecteren en daardoor jezelf te ontwikkelen.
  • Multilevelness (te vertalen als meer lagigheid) :  Dabrowsky onderscheidt vijf, op elkaar volgende, ontwikkelingsniveaus waarbij de emotionele ontwikkeling het belangrijkste onderdeel is bij het stijgen naar een hoger niveau. De emotionele ontwikkeling loopt van egocentrisme naar altruïsme via een proces van uiteenvallen. Dit proces wordt “positive disintegration” genoemd. Het uiteenvallen van de bestaande emotionele structuren is een proces van groeien, en gaat samen met innerlijk conflict en wordt gezien als een gezond proces. Emoties, gedrag, waarden en verlangens zijn allemaal een onderdeel van deze ontwikkeling. Vreugde kan van een laag emotioneel niveau zijn, als de blijdschap ontstaat door gevoelens van superioriteit of door succesvol manipuleren, of van hoog emotioneel niveau bij blijdschap die teweeg wordt gebracht door iemand te helpen. Door op zo’n manier naar de ontwikkeling te kijken is het mogelijk dat een hoogbegaafd kind zich op een hoger ontwikkelingsniveau bevindt dan een volwassene.

Het is vanzelfsprekend, dat ouders en leerkrachten van deze kinderen, regelmatig gefrustreerd raken in het omgaan met de intensiteit van een hoogbegaafd kind. Ze weten vaak niet hoe ze moeten reageren op de extreme reacties en gevoeligheden. Toch moet ons doel zijn om het Zelf van het kind te ondersteunen op de weg van de eigen ontwikkeling. Het kind moet niet gedwongen worden om zichzelf in te houden, maar moet wel leren om de uiting van zijn gevoelens aan te passen aan de omstandigheden.

Overexcitabilities

Het is moeilijk om een hoogbegaafd kind te vinden zonder minstens één van de overexcitabilities. Ongelukkig genoeg is het wel zo dat hoe sterker één of meer overexcitabilities aanwezig zijn, hoe meer problemen men ermee krijgt in de omgeving, dat zich bijvoorbeeld uit in een moeilijke aansluiting bij leeftijdsgenoten of onbegrepen zijn door een leerkracht. Door meer begrip te ontwikkelen over de hoge prikkelgevoeligheid, die nu eenmaal een onverbrekelijk onderdeel is van de persoonlijkheid van het kind, komt er ruimte voor tolerantie of acceptatie en, hopelijk, zelfs appreciatie.

Psychomotorisch (lichamelijk)

Deze hoge prikkelgevoeligheid wordt vaak gezien bij kinderen met een hoog IQ. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een hoog energie niveau. Het kan zich uiten door een grote beweeglijkheid, opgewondenheid, snel praten, impulsiviteit, lichamelijke onrust, bezig willen zijn, gedrevenheid, competitiviteit. Het gaat om de capaciteit actief en energiek te zijn.
Het is moeilijk voor deze kinderen om stil te zitten, en ook hun slaapbehoefte kan drastisch minder zijn dan die van leeftijdsgenoten.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door overdreven veel praten en kletsen; impulsieve acties, zenuwachtig gedrag (tics, nagelbijten, trommelen met de vingers), workaholic gedrag, de clown uit hangen.
De begeleiding van deze kinderen bestaat uit:

  • Ruimte geven voor fysieke en verbale activiteiten, voor, gedurende en na de schooltijd.
  • Ze hebben het nodig om te mogen bewegen, dus plan beweging in voor en na periodes van stilzitten.
  • Voor sommige kinderen is het fijn om een sport te beoefenen, maar niet voor elk kind.
  • Vertel ze regelmatig over de positieve aspecten van hun hoog gevoeligheid, bijvoorbeeld:
    • Wat een energie heb jij zeg!
    • Jouw intensiteit kan je helpen om te bereiken wat je wil.
    • Jij gebruikt je hele lijf om te leren.
  • Help ze ook om hun gedrag te moduleren:
    • Help je kind om te ervaren dat het moe is en leg ze uit dat je lijf het soms nodig heeft om te ontspannen.
    • Stuur ze om een boodschap, elke extra beweging is goed.
    • Leer ze manieren om te ontspannen, bijvoorbeeld luisteren naar muziek of een gesproken boek kan heel ontspannend werken.
    • Leer ze ook manieren om storend impulsief gedrag te beheersen, bijvoorbeeld even diep ademhalen of tot tien tellen voor ze uitbarsten.
    • Zorg er voor dat tics minder lastig zijn voor de omgeving, bijvoorbeeld op tafel trommelen is erg irritant voor anderen, maar op je eigen been trommelen al veel minder.
    • Zorg regelmatig voor een activiteit met een open einde, die spontaan kan ontstaan; daar voelen zij zich zeer goed bij.

Zintuiglijk gevoelig vermogen, sensueel

Dit is een verhoogde prikkelgevoeligheid voor zintuiglijk en esthetisch vermogen . Het kan zich uiten door het sterk genieten van zintuiglijke waarnemingen, van schoonheid, beeldende kunst, literatuur, muziek, geluiden, kleur, vormen, verhoudingen, de natuur. Het kan zich ook uiten door een drang naar comfort en luxe, de behoefte om bewonderd te worden en in de schijnwerpers te staan of in een snelle geprikkeldheid van de huid (geen labeltje aan kleren kunnen verdragen, sokken binnenstebuiten willen, geen nauwsluitende kleding verdragen).
Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben plezier in zien, ruiken, proeven, aanraken en horen; ze zijn verheugd en verrukt over mooie voorwerpen, over mooie woorden, over muziek, vormen en kleuren, harmonie en evenwicht.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door veel, lekker eten, al jong seksueel gretig zijn, behoefte aan funshopping, prinsessengedrag en heel veel aandacht willen.
De begeleiding van deze kinderen bestaat uit:

  • Zorg waar mogelijk voor een omgeving met beperkte storing, die comfortabel en plezierig is en accepteer dat ze dat nodig hebben.
  • Leer ze om zelf keuzes te maken zodat ze verantwoordelijk worden voor het aanpassen van hun omgeving (binnen redelijke grenzen).
  • Geef ze voldoende tijd om te genieten van hun zintuigen.
  • Schep een omgeving waar genoeglijkheid en genieten is toegestaan.
  • Zorg voor geschikte gelegenheid om ze in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen, door onverwacht aandacht te geven, of help ze aan een podium door een creatieve of dramatische productie met publiek. Zij voelen erkenning door het staan in de schijnwerpers
  • Vertel ze regelmatig over de positieve aspecten van hun hoog gevoeligheid, bijvoorbeeld:
    • Jij kan zo genieten van de mooie dingen van het leven!
    • Ik denk dat jij wel weet wat je fijn vindt en wat goed voelt.
    • Je houdt van rustige muziek, maar ik merk dat deze muziek je hindert.
  • Help ze ook om hun gedrag te moduleren:
    • Soms is het goed om nieuwe dingen te proberen, wil je dit eens proeven?
    • Leer ze dat jezelf aanraken niet geaccepteerd is in een ruimte waar ook anderen zijn.
    • Leer ze dat niet iedereen gesteld is op aanraken.
    • Leer ze dat iedereen behoefte kan hebben aan een plaats in het centrum van de belangstelling en dat ze die plaats gracieus aan een ander moeten kunnen afstaan.

Intellectueel (intense activiteit van de geest)

Deze hoge prikkelgevoeligheid is hét kenmerk van kinderen met een hoog IQ. Deze hoogbegaafde kinderen hebben vaak een neiging om diepgravende vragen  te stellen, problemen op te lossen en te zoeken naar dé waarheid. Het kan zich uiten door alles te willen analyseren, gepreoccupeerd zijn door logica en theoretische problemen, een scherp observatievermogen, onafhankelijk denken, kritisch zijn, symbolisch denken, ontwikkelen van nieuwe ideeën en concepten, denken over het eigen denken.
Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben een intellectuele honger: ze zijn onverzadigbaar nieuwsgierig, geconcentreerd, ze hebben een vermogen tot aanhoudende intellectuele inspanning, het zijn vaak gretige lezers, ze kunnen scherp observeren, zich dingen gedetailleerd herinneren, gedetailleerde plannen maken. Ze hebben vaak het vermogen tot zelfreflectie. Ze houden van denken over denken, ze hebben een liefde voor theorie en analyse, ze verdiepen zich in logica, in morele vraagstukken en introspectie .
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door te kritisch zijn naar zichzelf en anderen, perfectionisme en betweterigheid. Tevens kan de focus op morele vraagstukken het kind tot wanhoop drijven door zijn hulpeloosheid.
De begeleiding van deze kinderen bestaat uit:

  • Laat zien hoe je antwoorden kunt vinden op vragen. Dit moedigt het kind aan om te voldoen aan zijn verlangen om te analyseren, synthetiseren en inzicht te verwerven.
  • Suggereer manieren om ethisch en maatschappelijke bezig te zijn vanuit morele en ethische kwesties. Dit geeft hen gelegenheid te tonen dat ze iets kunnen doen om te helpen, zelfs al is het op een beperkte manier, om problemen van de samenleving en de wereld aan te pakken.
  • Laat het kind duidelijk merken dat je liefde niet afhankelijk is van zijn prestaties.
  • Vertel ze regelmatig over de positieve aspecten van hun hoog gevoeligheid, bijvoorbeeld:
    • Jij kan snel nieuwe dingen leren!
    • Jouw nieuwsgierigheid brengt nog eens ergens!
    • Als jou iets interesseert, dan ga je ervoor.
    • Van jou leer ik vaak iets nieuws.
  • Help ze ook om hun gedrag te moduleren:
    • Zoek mogelijkheden voor deze kinderen om met intellectuele gelijken om te gaan, of zoek volwassenen met een zelfde belangstelling.
    • Als het kind erg kritisch is, help het dan om die kritiek zo te uiten dat anderen die niet zien als gebrek aan respect of als wreedheid. Als ze een idee “stom” vinden, kunnen ze dat beter niet zo formuleren, zelfs al klopt hun kritiek.
    • Help ze om hun ideeën uit hun hoofd en in de wereld te krijgen. Sommige kinderen zijn zo snel in hun denken dat er nooit een resultaat ontstaat. Zorg voor een integratie van het denken en het handelen.
    • Het kind is geen kleine volwassene, laat het ook ruimte houden voor gekkigheid, onredelijkheid en pret.
    • Leer  ze om te luisteren naar hun gevoelens.

Verbeelding, voorstellingsvermogen

Dit is een verhoogde prikkelgevoeligheid van de verbeeldingskracht. Het kan zich uiten door frequent gebruik van beelden en metaforen in de taal, poëtisch taalgebruik, sterk vermogen tot gedetailleerde en levendige visualisaties, inventief en fantasievol zijn, snel wegdromen bij verveling, imaginaire vriendjes hebben, het leven dramatiseren, magisch en animistisch denken.
Verbeelding  zorgt voor vreugde en creativiteit  in het dagelijks leven en helpt bij de ontwikkeling van de intellectuele gaven. Einstein heeft gezegd: “Verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis.“
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door fantasie en werkelijkheid niet meer kunnen scheiden, leven in een schijnwereld, heftige dromen en zich dingen verbeelden.
De begeleiding van deze kinderen bestaat uit:

  • Help hen om hun voorstellingsvermogen op een goede manier te gebruiken zodat ze hun vermogen tot leren en hun productiviteit kunnen verhogen. Mindmaps maken in plaats van gewone aantekeningen, gebruik van kleuren, plaatjes en dergelijke om organisatie aan te brengen in hun leerwerk.
  • Help ze om zich te realiseren dat ze de eigen fantasie kunnen reguleren. Ze hoeven zich niet mee te laten slepen door hun verbeeldingskracht als ze kunnen evalueren welke fantasieën voor of tegen henzelf werken.
  • Maak tijd en ruimte vrij voor fantasiespel met het kind, doe mee en heb plezier.
  • Help kinderen om hun ideeën vast te leggen, door het opschrijven van verhalen van het kind dat nog niet kan schrijven of door het samen bijhouden van een dagboek.
  • Vertel ze regelmatig over de positieve aspecten van hun hoog gevoeligheid, bijvoorbeeld:
    • Jij hebt een rijke fantasie!
    • Jij bekijkt de wereld van verschillende kanten!
    • Wat is het fijn om naar jouw verhalen te luisteren.
    • Wat is er veel te zien in jouw tekeningen.
  • Help ze ook om hun gedrag te moduleren:
    • Help hen om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid. Zie het niet als liegen, maar vraag voorzichtig of het een echt gebeurd verhaal is of een bijna echt gebeurd verhaal. Hun herinneringen en nieuwe gedachten of ideeën lopen snel door elkaar.
    • Zorg dat er ruimte is voor het uiten van creativiteit, voor schilderen, tekenen, kleien, toneelspelen, dansen, enz.
    • Help ze door bewust te verzinnen, door samen het spel van “Stel je voor dat” te spelen.
    • Leer ze dat ze hun verbeeldingskracht ook kunnen gebruiken voor het oplossen voor echte problemen en om te gaan met uitdagingen.

Emotioneel

De hoge prikkelgevoeligheid voor emoties is vaak de eerste van de prikkelgevoeligheden die ouders merken. Het verwijst naar de intensiteit en complexiteit van de emoties, naar andere dingen voelen dan anderen, naar zeer sterk aanvoelen wat de emoties van anderen zijn en zich ermee identificeren, hoogsensitief zijn.
Het kan zich uiten door het hebben van complexe gevoelens en emoties, een sterk en verfijnd gevoelsbewustzijn, een sterk vermogen tot empathie, een sterke gehechtheid aan personen, dieren of plaatsen en een emotionele intensiteit en sensitiviteit voor bijzondere kenmerken in een situatie, die niet iedereen opvallen. Deze kinderen kunnen ook erg verlegen zijn en zijn zich sterk bewust van hun eigen gevoelens en hoe ze veranderen.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door psychosomatische klachten (buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen, blozen, hartkloppingen, opvliegers, warm worden, zweethanden), het vasthouden aan gevoelsherinneringen van ervaringen in het verleden, veel bezig zijn met de dood, angstig zijn, depressieve gevoelens of last van depressie, een intens gevoel van eenzaamheid,  last van schuldgevoelens en zelfs zelfmoordgedachten.
Deze kinderen kunnen heel extreem reageren (enthousiast, extatisch, euforisch, trots, schuldig, angstig) en krijgen vaak te horen dat ze zich niet zo moeten aanstellen. Hun mededogen en bezorgdheid voor anderen, hun focus de verbinding met anderen en de intensiteit van hun gevoelens zal regelmatig lastig zijn in het gewone leven en zal irritatie opwekken bij mensen die deze prikkelgevoeligheid niet begrijpen.
De begeleiding van deze kinderen bestaat uit:

  • Accepteer alle gevoelens, ongeacht de intensiteit. Voor mensen die niet erg emotioneel zijn, klinkt dit nogal vreemd. Zij beschouwen deze uitingen als melodramatisch, lastig of kinderachtig. Maar als we de emotionele intensiteit accepteren en hen helpen met de problemen die daarmee kunnen ontstaan, bevorderen we een juist een gezonde groei.
  • Help ze om te anticiperen op fysieke en emotionele reacties en leer ze ermee om gaan. Soms weten ze niet wanneer ze zo overstuur raken dat ze hun controle verliezen. Als ze op hun eigen waarschuwingssignalen leren letten, zoals hoofdpijn, zweethanden of buikpijn, kunnen ze hun emoties beter in de gaten houden en worden ze er niet door overvallen.
  • Bereid kinderen voor op veranderingen in omgeving en op wisselingen bij verzorgers of leerkrachten, zodat het de ruimte heeft om aan die dingen te wennen. Door hun grotere gehechtheid aan verzorgers, leerkrachten en omgeving kost het moeite om die gehechtheid los te laten en een nieuwe verbinding aan te gaan.
  • Help ze onderscheid aanbrengen tussen emoties van anderen, die ze meevoelen, en authentieke emoties van zichzelf. Het verdriet van de ander hoeven ze niet helemaal mee te doorleven, medeleven is behulpzamer voor de ander en henzelf.
  • Vertel ze regelmatig over de positieve aspecten van hun hoog gevoeligheid, bijvoorbeeld:
    • Jij bent je bewust van wat anderen voelen.
    • Jij geeft om mensen!
    • Jij zal iemand niet snel laten vallen.
    • Wat begrijp je me goed.
  • Help ze ook om hun gedrag te moduleren:
    • Help hen om emoties en gevoelens met anderen op een positieve en productieve manier te delen, leer ze om woorden te gebruiken,  of hun emoties te uiten in een gedicht, tekening of verhaal.
    • Leer ze respect te hebben voor de emoties en het gebrek aan emoties bij anderen.
    • Help ze om hun woordenschat te vergroten, met betrekking tot gevoelswoorden. Welke woorden kunnen we gebruiken om “slecht” te omschrijven (rot, naar, irritant, vervelend, saai, ongemakkelijk, bezorgd, angstig, frustrerend, enz.) en welke woorden kunnen we gebruiken bij “vrolijk”(tevreden, gelukkig, blij, uitgelaten, huppelig,verrukkelijk , enz.)?
    • Leer ze ontspanningstechnieken.
    • Leer deze kinderen om regelmatig stil te staan bij hoe ze zich voelen. Voel ik me goed? Wat betekent dit gevoel? Ben ik warm of koud? Hoe voel ik me in mijn buik, in mijn hoofd?

Conclusie

De overexcitabilities, de hoge prikkelgevoeligheden, van hoogbegaafde kinderen zijn een wezenlijk en onverbrekelijk deel van hun persoonlijkheid, van hun ‘Zelf’. De expressie van de hoge prikkelgevoeligheid moeten we dus ook niet zien als gedrag waar we alleen maar last van hebben en waar deze kinderen overheen moeten groeien, ondanks dat het gedrag regelmatig pijnlijke situaties kan opleveren. Het is geen ziektebeeld, dat behandeld moet worden, maar een kwaliteit van de persoonlijkheid en de potentie voor een diepe emotionele ontwikkeling.
Wel is het de taak van ouders, verzorgers en leerkrachten om kinderen met een hoge prikkelgevoeligheid te leren om hun gedrag te moduleren, en hun te leren welk effect hun gedrag op anderen kan hebben.
En ondanks het feit dat het omgaan met mensen met een hoge prikkelgevoeligheid heel moeilijk, heel uitdagend, soms onbegrijpelijk en soms pijnlijk kan zijn moeten we niet vergeten dat het vooral een gave, een vreugde en een rijkdom in het leven is. De intense manier waarop deze mensen kunnen genieten van schoonheid, vreugde en liefde is inspirerend om te zien en mee te maken.

0