Zelfsturend leren bij pubers

Yvonne Buijsen-Duran: Hoogbegaafde kinderen gaan vaak met een positief advies en met een goed schoolrapport naar het middelbaar onderwijs. Startend in de brugklas zien we echter al regelmatig uitval in resultaten en in de daaropvolgende jaren neemt de uitval toe. Dit heeft in de meeste situaties niets te maken met onvermogen in het intelligentieprofiel, maar vaker met het verminderd functioneren op het handelend gebied. In het middelbaar onderwijs wordt namelijk meer en meer een groot beroep gedaan op zelfsturend leren. Deze manier van leren vraagt van kinderen in de puberleeftijd goed ontwikkelde executieve functies. Dit zijn vaardigheden om een doel te stellen en het bijbehorende gedrag aan te sturen om het doel te behalen. Dit doet zich met name voor in nieuwe en complexe situaties waarin geen beroep kan worden gedaan op automatisch verlopende processen. Deze vaardigheden maken doelgericht en probleemoplossend handelen mogelijk en worden gezien als een hogere denkorde. De belangrijkste periodes voor het aanleren van executieve functies zijn de kindertijd en adolescentie, omdat met name dan de plasticiteit (veranderbaarheid) van de hersenen groot is. In deze periodes worden hersenverbindingen die veel worden gebruikt sterker, terwijl niet gebruikte verbindingen worden afgebroken. Als er dus weinig aanspraak wordt gemaakt op deze vaardigheden (bijvoorbeeld omdat er in het verleden onvoldoende complexe opdrachten aangeboden zijn), dan heeft de puber niet de kans gehad om de executieve functies te ontwikkelen en kan het deze ook niet inzetten.

Uit onderzoek (2015) op een aantal VWO-scholen blijkt dat de gedragsregulerende executieve functies weinig tot geen invloed op studieresultaat hebben. Er wordt in dit onderzoek dus geen verband gevonden tussen schoolprestaties en vaardigheden zoals flexibel denken of emotieregulatie. Er wordt echter wel een verband gevonden tussen de executieve functies doelgericht doorzettingsvermogen, volgehouden aandacht, planning, organisatie en werkgeheugen en het studieresultaat.

Concluderend kunnen we dus stellen dat het bij hoogbegaafde kinderen met tegenvallende studieresultaten verstandig is om de ontwikkeling van executieve functies uit te zoeken en daardoor een passend plan van aanpak op te stellen. Het is goed mogelijk om deze executieve extra aandacht te geven en bewust te trainen, zowel individueel als in kleine groepjes. Enkel het trainen van deze functies zal echter onvoldoende zijn als er geen beroep gedaan kan worden op complexe taken!

Zie www.talent-vaardig.nl voor meer informatie over dit specifieke onderwerp.

 

Leave a Comment

0