Toen Sophie op de kleuterschool zat, vroeg ze haar juf waarom mensen doodgaan. Niet omdat iemand in haar omgeving gestorven was, maar omdat ze ’s nachts lag te piekeren over het idee van oneindigheid. Ze tekende complexe machines, vroeg zich af of dieren ook dromen en voelde zich schuldig als een klasgenootje werd uitgelachen. “Ze is zo gevoelig én zo slim,” zei haar moeder vaak. Maar wat haar ouders en leraren toen nog niet wisten, was dat deze combinatie haar kwetsbaar maakte op een manier die niemand zag aankomen.
Sophie is nu 34 en zit in therapie voor burn-outklachten. Pas sinds kort heeft ze geleerd dat wat ze ervoer als kind – de intense emoties, de diepe existentiële vragen en het voortdurende gevoel van anders-zijn – niet alleen tekenen waren van hoogbegaafdheid, maar ook sporen van trauma zijn.
Wat is trauma eigenlijk?
Wanneer we denken aan trauma, denken we vaak aan grote gebeurtenissen: mishandeling, oorlog, overlijden. Maar trauma kan ook ontstaan uit herhaalde, subtiele ervaringen van niet-gezien of niet-begrepen worden. Gabor Maté, arts en trauma-expert, omschrijft trauma niet als wat er met je gebeurt, maar als wat er in je gebeurt als gevolg van wat er met je gebeurt. Met andere woorden: het is de innerlijke wond die achterblijft als we ons niet veilig, verbonden of begrepen voelen. Voor hoogbegaafde kinderen en volwassenen ligt hier een valkuil. Door hun hoge begaafdheid zijn ze vaak verbaal sterk, cognitief snel, en kunnen ze de indruk wekken dat ze alles aankunnen. Maar die uiterlijke competentie maskeert vaak een interne kwetsbaarheid die niet wordt opgemerkt, laat staan erkend.
Wanneer je niet alleen met hoogfunctionerende kinderen maar ook met tieners en (jong)volwassenen werkt, dan is verdrietig genoeg zichtbaar welke langetermijneffecten t-trauma op de emotionele en sociale ontwikkeling kan hebben. Ongekende hoogbegaafdheid geeft een hoogbegaafde niet de kans om zichzelf écht en zonder traumagedrag te leren kennen. Er is onvoldoende aandacht voor de emotie-regulatie en de ontwikkeling van gezonde sociale relaties kan onvoldoende geoefend worden. De gevolgen kunnen helaas groot zijn:
- Het aanpassen aan de omgeving en daardoor jezelf kwijtraken.
- Externaliserend en opstandig gedrag laten zien.
- Afzakken van onderwijsniveau of een zeer moeizame relatie met onderwijs hebben.
- Een depressie ontwikkelen door het uitschakelen van de heftige emoties.
- Onderdrukken van emoties door alternatief gedrag als verslaving, eetstoornissen of automutilatie.
- Uit contact gaan en geen (kwetsbare) relaties op kunnen bouwen.
- Overmatig piekeren, angststoornissen of paniekaanvallen.
- Vanuit het hoofd leven en de fysieke signalen van het zenuwstelsel niet meer voelen.
Deze effecten van trauma zijn helaas niet algemeen bekend en worden daardoor onderschat binnen de algemene psychologie. Om deze psychische en gedragsmatige problematiek effectief aan te kunnen pakken, is eerst diepgaande kennis van de begaafdheidstrauma’s nodig.
De begaafdheidstrauma’s
Wanneer we specifiek naar trauma door hoogbegaafdheid kijken, dan zien we vier belangrijke trauma’s herhaaldelijk naar voren komen.
Het cognitief trauma
Aangeboren nieuwsgierigheid is een belangrijke oorzaak van dit trauma. Hoogbegaafden hebben van nature de behoefte om alles te onderzoeken en te bevragen. Deze sterke behoefte aan nieuwe informatie om de omgeving beter te begrijpen heeft echter geen begrenzing en kan tot in het oneindige doorgaan. Dat maakt dat het onderwijs er nooit volledig op aan kan sluiten. Het grootste probleem zit er namelijk in dat de nieuwsgierigheid breed is en dat bijvoorbeeld enkel een stapje sneller werken binnen het rekenonderwijs onvoldoende bevredigend kan zijn als er geen aandacht is voor de breedte van de onderwerpen waar de hoogbegaafde iets over wil weten. De hoogbegaafde wil graag nog veel meer leren, maar het onderwijs is er simpelweg niet op ingesteld. Hiermee wordt de nieuwsgierigheid onbewust en ongewild alsnog onderdrukt.
Het sociaal trauma
Als hoogbegaafde behoor je tot een groep mensen die minder vaak voorkomt, wat betekent dat je altijd een minderheidsgroep in een meerderheidsomgeving bent. Het grootste deel van de mensen die je tegenkomt zal jou op het gebied van snelheid van denken niet bijhouden. Dit gegeven maakt het lastig om een gezond zelfbeeld te ontwikkelen. Je ontwikkelt je zelfbeeld namelijk in je vroege kindertijd, waarbij je naar andere kinderen in je omgeving kijkt. Zij vormen samen de afspiegeling van hoe je ongeveer zou moeten zijn en aan deze gemiddelde afspiegeling kan je jezelf meten. Wanneer je concludeert dat je net als de anderen bent, dan ontwikkel je een positief zelfbeeld. Wanneer je ervaart dat je je anders gedraagt, anders denkt of er anders uit ziet, dan wordt het meteen een stuk lastiger om een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Naast dit proces loopt tevens een ander proces wat een rol speelt in het vinden van de sociale aansluiting; de asynchrone ontwikkeling. Waar de cognitieve, emotionele, sociale en fysieke ontwikkeling bij de meeste kinderen vrij synchroon verloopt, wordt gezien dat deze bij hoogbegaafden verder uit elkaar kan liggen. Als deze ontwikkelingsgebieden ver uit elkaar liggen, dan is het erg lastig om passende sociale contacten te vinden.
Het existentieel trauma
Hoe hoger het IQ, hoe meer behoefte een hoogbegaafd aan het verklaren van het universum kan hebben. Vragen als ‘wie ben ik’, ‘waarom ben ik hier’ en ‘wat is mijn doel in mijn leven’ worden veelvuldig in zichzelf gesteld. Er is tevens een grote zoektocht naar verklaringen rond de thema’s ‘leven en dood’ en deze kan al op heel jonge leeftijd plaatsvinden. Deze kinderen zien op deze leeftijd al erg veel uitdagingen in de maatschappij en het universum, waardoor ze zich hopeloos kunnen gaan voelen omdat ze al deze problemen niet op kunnen lossen. Als volwassen hoogbegaafde ontwikkelt deze behoefte aan spirituele ontwikkeling tot een verlangen naar een duidelijk doel in het leven. Aan de andere kant kan een hoogbegaafde zich totaal niet bewust zijn van het feit dat anderen deze diepe denkwijze niet ervaren en zich veel meer bezighouden met de praktische zaken in het leven of met het vervullen van de basisbehoeften, zoals een (groter) huis of (lekker) eten. Existentiële zorgen kunnen daarmee bewust of onbewust niet gedeeld worden.
Het prenataal (of intergenerationeel) trauma
Er wordt aangenomen dat een hoge intelligentie in de vorm van een IQ-getal onderhevig is aan erfelijke eigenschappen. Dat betekent dat een zeer intelligente ouder de kans op een hoge intelligentie aan het kind doorgeeft. Andersom gedacht; een hoogintelligent kind heeft meestal een hoogintelligente vader óf moeder (en soms beide). Aangezien deze ouders in een tijd opgroeiden dat hoogbegaafdheid minder bekend was en het onderwijs absoluut niet aangepast werd op de individuele behoefte, is de kans op bovenstaande trauma’s bij de hoogbegaafde ouder ook groot. De daaropvolgende traumareactie zorgt bij de ouder voor een overactief zenuwstelsel en daarmee voor een grotere prikkelgevoeligheid. Omdat trauma effect heeft op het brein én het lichaam, zijn de effecten ook op celniveau aanwezig. Stress en het stresshormoon cortisol beïnvloeden daarmee tevens de functionele ontwikkeling van het zenuwstelsel van een ongeboren kind, waardoor het kind in het eigen leven sneller reageert op stress en trauma. Naast het effect op het zenuwstelsel en de vroege ontwikkeling van de prikkelgevoeligheid, wordt trauma ook op een gedragsmatige manier door de hoogbegaafde ouder doorgegeven. We zien dat een hoogbegaafde ouder graag wil voorkomen dat de eigen kinderen dezelfde trauma’s doormaken als hij zelf binnen het onderwijs en binnen sociale contacten heeft moeten ervaren. Als een ouder de eigen onvervulde behoeftes en dus het begaafdheidstrauma nog niet kan waarnemen, is er ook een blinde vlek voor de behoefte van het kind. Het is belangrijk om ouders hierin te onschuldigen; zij doen dit onbewust en uit liefde voor hun kind.
De gevolgen: Het Wandelend Hoofd
Een kind dat begaafdheidstrauma’s ervaart, kan door de jonge leeftijd vaak geen woorden voor het traumagevoel vinden en begrijpt niet goed wat er werkelijk gebeurt. Deze ervaringen zorgen voor posttraumatische effecten op het brein en het fysieke lichaam. Het trauma kan zich dan bijvoorbeeld in het lichaam uiten door het ervaren van somatische klachten. Omdat kinderen niet weten waar deze klachten of de onderliggende emoties vandaan komen, ervaren ze geen controle over hun lijf vol emoties en verliezen ze het contact ermee. Hun gevoel van veiligheid is op een heel basaal lichamelijk niveau aangetast. Er wordt door de omgeving gespiegeld dat ze niet aan de verwachtingen of het gemiddelde voldoen en dat het niet goed is wie ze werkelijk zijn in al hun eigenschappen. In het volwassen leven worden delen van de begaafdheidstrauma’s op verschillende alledaagse momenten aangeraakt, waardoor het trauma automatisch en zonder bewustzijn naar boven komt. Traumareacties worden aangestuurd door onbewuste en automatische reacties en zijn onafhankelijk van het redeneervermogen. Dat vinden hoogbegaafden vaak lastig en ze doen er daarom alles aan om toch rationeel te kunnen handelen. Deze volwassenen maken daarmee een duidelijke beweging naar een mentale levenshouding en de hoogbegaafde trekt zich met alle energie terug in het hoofd om de ervaren gevoelens te vermijden. De hoogbegaafde dissocieert van het lichaam en er sprake is van overmentalisatie. Dit is een verdedigingsmechanisme vanuit het brein, dat cognitie voorrang geeft boven sensatie. Als er sprake is van overmentalisatie, is de kans groot dat de hoogbegaafde zich met de mentale ideeën en beelden identificeert, zelfs als deze niet in overeenstemming zijn met de sensaties en percepties van het lichaam.
Bovenstaande laat zien hoe het komt dat hoogbegaafden vanuit het hoofd gaan leven en het contact met het lichaam verliezen. Veel hoogbegaafden zijn eigenlijk Wandelende Hoofden geworden: zij leiden het leven vanuit het hoofd, zonder contact met het lichaam en dus de emoties.
Therapie? Jazeker, maar pas als het veilig voelt
Hoogbegaafde mensen zijn vaak analytisch sterk en kunnen daardoor afstand nemen van hun gevoelens. Dat maakt traditionele therapievormen regelmatig ineffectief. Hoogbegaafde volwassenen praten wel over hun emoties, maar ze voelen het niet écht. Of ze mentaliseren hun emotionele pijn en blokkeren daarmee de verwerking. Therapeuten die werken met hoogbegaafden moeten daarom rekening houden met de effecten van de begaafdheidstrauma’s in combinatie met de eigenschappen van hoogbegaafdheid. Emotionele veiligheid is voor elke therapeutische relatie van belang, maar bij hoogbegaafde volwassenen is het lastiger om de veiligheid op te zoeken. Zo kan een gelijke snelheid van denken een belangrijke eerste stap voor de hoogbegaafde volwassene zijn om veiligheid bij de therapeut te kunnen ervaren. Wanneer je als therapeut de diepte en complexiteit van hoogbegaafdheid daarbij écht begrijpt en dit oprecht in de cliënt kan erkennen, zal de veiligheid verder vergroten. Vanuit deze basisveiligheid plus heel veel verzachting en vertraging in de therapeutische aanpak kan de hoogbegaafde volwassene de eigen trauma’s herschrijven en weer bij het lichaam uitkomen. Traumatherapieën die hierbij effectief kunnen zijn, zijn onder andere lichaamsgerichte therapie, energetische therapie en hypnotherapie. Niet omdat ze “voor hoogbegaafden zijn”, maar omdat ze voorbij het hoofd gaan – en naar het lijf, het hart en het innerlijke kind.