CHC – Model

Over intelligentie zijn er veel meningen en veel misverstanden. De WISC-V wordt niet meer onderverdeeld in een verbaal en performaal IQ, zoals in de WISC-III, maar deze is uitgewerkt volgens het CHC-model van Cattell, Horn & Caroll. Ook de RAKIT-2 werkt volgens dit model, maar waar staat dit model nou voor?

Inhoudsopgave

CHC model

Het CHC-model

Eén van de meest invloedrijke theorieën van intelligentie op dit moment is het Cattell-Horn-Carroll model (CHC-model). Zowel de RAKIT-2 als de nieuwe WISC-V zijn onderbouwd vanuit deze theorie. Het is een hiërarchische theorie die, naast een overkoepelende g-factor (de totale intelligentie), brede cognitieve vaardigheden en nauwe cognitieve vaardigheden bezit. De bredere cognitieve vaardigheden zijn algemene vaardigheden die opgesplitst worden in specifiekere en meetbare vaardigheden (de nauwe cognitieve vaardigheden). De G-factor en de bredere cognitieve vaardigheden zijn namelijk niet in één keer meetbaar. De nauwe vaardigheden zijn de vaardigheden die in de subtests van de WISC V en de RAKIT-2 worden gemeten en die je terugziet in verslagen. Niet elke bredere cognitieve vaardigheid heeft een even grote invloed op de totale G-factor. Het CHC-model wordt onder andere opgesplitst in vloeiende intelligentie en gekristalliseerde intelligentie. Vloeiende intelligentie (Gf) is het vermogen om flexibel te denken en te redeneren in nieuwe situaties. Deze intelligentie is aangeboren en dus niet afhankelijk van bijvoorbeeld cultuur. Gekristalliseerde intelligentie (Gc) is cultuurspecifieke kennis, die aangeleerd is en kan worden toegepast. Schoolprestaties zijn vooral afhankelijk van deze laatste vorm van intelligentie (Resing, Bleichrodt, Drenth, & Zaal, 2012). De WISC-III werd bekritiseert, omdat deze test vooral gekristalliseerde intelligentie meet en dus cultuurspecifieke kennis. Met dit model wordt er nu dus een breder scala aan vaardigheden gemeten en komt er een uitgebreider intelligentieprofiel naar voren.

Toch vraagt zo’n profiel altijd om zorgvuldige interpretatie. Bij spanning, faalangst of te grote denksprongen ontstaat soms onderpresteren op een IQ-test. Dan zegt de score iets over de testafname, maar nog niet alles over het ontwikkelingspotentieel.

Dit laat zien dat de keuze voor een intelligentietest bij hoogbegaafdheid afhangt van de hulpvraag en de vaardigheden die aandacht vragen. Een CHC-profiel helpt om scores per vaardigheid te begrijpen. Zo geeft het onderzoek meer nuance dan één totaal IQ.

Naast vloeiende en gekristalliseerde kennis worden er nog zeven bredere vaardigheden in het model benoemd:

  • Kwantitatieve kennis (Gq) is het vermogen om kwantitatieve begrippen (bv. hoeveelheid, grootte, lengte, volume, oppervlakte, gewicht) te begrijpen en te hanteren.
  • Lezen en schrijven (Grw) zijn de vaardigheden om geschreven taal eigen te maken, te begrijpen en hiermee je gedachten uit te drukken.
  • Het kortetermijngeheugen (Gsm) is de vaardigheid om informatie voor een korte tijd te onthouden en te gebruiken
  • Het langetermijngeheugen (Glr) is de vaardigheid om informatie voor langere tijd te onthouden en terug te halen.
  • Visuele informatieverwerking (Gv) is het waarnemen, ordenen en interpreteren van visuele informatie (dat wat je ziet).
  • Auditieve informatieverwerking (Ga) is het waarnemen, ordenen en interpreteren van auditieve informatie (dat wat je hoort)
  • Verwerkingssnelheid is de snelheid waarmee je de informatie verwerkt.

Wanneer scores vragen oproepen over het functioneren achter de test, geeft een begaafdheidsonderzoek extra context. Het intelligentieprofiel laat cognitieve vaardigheden zien. Observaties, creativiteit en persoonskenmerken geven daarnaast inzicht in hoe iemand deze vaardigheden inzet.

In dat licht vraagt ook de KIQT+ om een inhoudelijke uitleg. Deze test kijkt gericht naar fluïde redeneren, visueel-ruimtelijke vaardigheden en kwantitatief redeneren. Daardoor past de uitslag binnen een breder beeld van cognitieve vaardigheden.

Bij volwassenen krijgt zo’n intelligentieprofiel een extra persoonlijke laag. Een IQ-test voor volwassenen brengt scores, spanning en testervaring samen. Daardoor krijgt het CHC-model meer betekenis binnen het bredere verhaal van iemands ontwikkeling.

chc-model diagram

Bronnen: Resing, W.C.M., Bleichrodt, N., Drenth, P.J.D. & Zaal, J.N. (2012). RAKIT-2 handleiding. Amsterdam: Pearson Assessment and Information B.V.

Cliënten vertellen