Een IQ-test: wat doet dat met je?

Een IQ-test: wat doet dat met je?

Omdat we ook begaafdheidsonderzoek bij volwassenen aanbieden, is het wel zo prettig om te kunnen vertellen hoe een IQ-test afgenomen wordt en wat dat met je doet. Daarom heb ik mezelf hde afgelopen jaren regelmatig als proefkonijn opgeworpen en heb ik alle IQ tests af laten nemen.

Zoals we bij alle volwassenen ook doen, heb ik samen met een collega allereerst een aantal aspecten van de IQ -test doorlopen, zodat ik weet wat ik kan verwachten. Daarbij kijken we op welke onderdelen er een psychische blokkade verwacht kan worden en hoe die blokkade zich in gedrag vertaalt. Daar kan de tester zich dan gedurende de testafname op focussen, waardoor we zo min mogelijk effect hebben van faalangst of te grote denksprongen maken. Deze specifieke voorbereiding heeft geen enkele invloed op de uitslag, aangezien er geen testonderdelen worden geoefend. Het geeft enkel een gevoel van vertrouwen dat je het aankan en dat je weet wat er van je verwacht zal gaan worden. Ik merkte dat het voor mij prettig was en dat ik met een goed gevoel de test in kon gaan.

Juist zulke blokkades verklaren waarom onderpresteren op een IQ-test optreedt. Spanning, faalangst of te grote denksprongen drukken dan op het resultaat. Daarom geven voorbereiding, observatie en specialistische afname extra betekenis aan de uitslag.

De tests zelf heb ik vooral erg leuk gevonden. Ondanks dat ik soms blokkeerde… Gelukkig voelde ik me door de voorbereiding vrij genoeg om dat aan te geven en heeft de collega volgens de gemaakte afspraken (maar binnen de testkaders) gehandeld.

Bij een volwassen begaafdheidsonderzoek vraagt de keuze voor een intelligentietest bij hoogbegaafdheid om maatwerk. De hulpvraag, spanning en manier van denken bepalen samen welke test het meeste inzicht geeft.

Bij kinderen vraagt die keuze om dezelfde zorgvuldigheid. Daarom krijgt de KIQT+ bij jonge begaafde kinderen soms een passende plek binnen het onderzoek. Deze test richt zich op hoge cognitieve niveaus en beperkt de invloed van taal en tijdsdruk.

De uitslag was telkens niet echt verrassend: ik was voorbereid op de tester en op de testonderdelen waardoor ik met meer zelfvertrouwen aan de slag ging. Er is een compleet beeld geschetst van mijn volledige potentieel doordat er meerdere subtesten afgenomen worden. Ik heb dan ook een beter beeld gekregen van mijn sterktes en zwaktes.

Voor mij gaf het CHC-model vooral taal aan die verschillen tussen mijn sterktes en zwaktes. Niet alleen de totaalscore telde, maar ook de manier waarop de losse onderdelen samen een beeld vormden. Daardoor werd de uitslag persoonlijker en herkenbaarder.

De vraag is nu of deze tests effect hebben op mijn zelfbeeld. Op zich heeft het voor mij nu even geen toegevoegde waarde gehad, omdat ik al op de hoogte was van mijn intelligentie en vermogens. Ik weet echter nog wel van de eerste test dat het een enorme impact heeft gehad. Mijn zelfbeeld was gebaseerd op mijn ervaringen binnen het onderwijs; niet in staat om écht te leren, te falen en daarmee een grote onzekerheid in mijn karakter opgebouwd. Na de eerste test ben ik stappen gaan zetten die ik nooit had verwacht te zetten. Door die ontwikkeling ben ik een zelfbewuster persoon geworden die durft te staan voor wie zij is en dat is veel waard.

Voor mij kreeg de IQ-test pas betekenis binnen het begaafdheidsonderzoek als geheel. De score gaf richting. De observaties, blokkades en persoonlijke ervaringen maakten het beeld herkenbaar. Daardoor begreep ik mezelf beter.

Cliënten vertellen